Slechts een herinnering

Ik ben een esdoorn en sta hier al minstens tweehonderd jaar. Mijn stam meet 3,5 meter in omtrek. Ik vond mijn plek op deze puinrijke, kalkhoudende grond, naast het rondeel dat in 1543 werd gesloopt en daarna eeuwenlang aan de natuur werd overgelaten. Het ondergrondse metselwerk van mergel en kloostermoppen bood mij beschutting. Stormen, dijkbeheer en menselijke ingrepen lieten mij lange tijd ongemoeid. Mijn stam werd dik, mijn kroon breed, mijn wortels diep. Zo werd ik een stille getuige van alles wat hier voorbijtrok.

Ik groeide op tussen vijftien tot achttien majestueuze iepen, breed gekroonde reuzen. Willem Suermondt legde ze vanaf 1909 op de gevoelige plaat vast. Ravenstein ademde toen een totaal andere tijd. In 1918 werden de iepen massaal gerooid om de iepenziekte in Brabant te stoppen. Ik bleef eenzaam achter.

In 1934 zag ik hoe de Maaskanalisatie werd uitgevoerd. De Strang werd gedempt, de dijk verhoogd en verbreed. Rijkswaterstaat plantte in 1936 de lindelaan: stormvaste bomen, keurig in het gelid, passend bij de vestingstad. Ik zag ze groeien en zag hoe hun schaduw viel op de plek waar ooit de iepen stonden. De lindelaan werd een vertrouwd beeld, een nieuwe generatie reuzen.

In 1999 werd het kasteelrondeel naast mij gereconstrueerd. Men liet mij met rust. Maar binnenkort komen er damwanden en een muur langs een wandelboulevard, bedoeld om hoogwater als gevolg van klimaatverandering te keren. Ze luiden een nieuwe tijd in. Daarmee loopt mijn tijd ten einde.

Voordat ik ga, wil ik dat je weet dat niets aan deze dijk ooit vanzelfsprekend was. Niet de rivier, niet de Strang, niet de iepen, niet de lindelaan, niet mijn eigen bestaan. Alles is het resultaat van tijd, noodzaak en keuzes. Over honderd jaar staan hier weer nieuwe reuzen om zich zorgen over te maken, om lief te hebben, om te herinneren.