In de uitspraak van 8 april 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de bezwaren van SBSR ongegrond verklaard. Dit betekent dat de plannen voor de vestingmuur en de dijkversterking mogen doorgaan.
1. Oordeel over de Noodzaak en het Alternatief
Hoewel de Afdeling erkent dat er momenteel geen direct risico op 'piping' is (en een damwand dus niet strikt noodzakelijk is voor de veiligheid), vindt de rechter de motivatie van het waterschap en de provincie toch voldoende:
- Toekomstbestendigheid: De damwandconstructie maakt het mogelijk om in de toekomst de 'historische strang' (watergeul) te herstellen en de 'flessenhals' in de Maas bij Ravenstein te verruimen.
- Behoud van zichtbaarheid: De rechter volgt het argument dat een gronddijk de historische rondelen grotendeels zou begraven onder zand, terwijl de vestingmuur deze juist zichtbaar houdt.
2. Oordeel over het Beschermd Stadsgezicht
De Afdeling oordeelt dat het college van gedeputeerde staten de belangen van het stadsgezicht voldoende heeft meegewogen:
- De muur is bedoeld om aan te sluiten bij het vestingkarakter.
- Het feit dat de muur op deze plek historisch nooit heeft gestaan, is volgens de rechter geen reden om het plan te verbieden, omdat de gekozen oplossing ruimtelijk en landschappelijk acceptabel wordt geacht binnen het grotere project.
3. Oordeel over de Monumentale Bomen
De rechter stelt vast dat de kap van een beperkt aantal bomen zorgvuldig is afgewogen:
- De noodzaak voor de dijkveiligheid en het behoud van de fundamenten van de historische rondelen (die door wortels kunnen worden aangetast) weegt in dit geval zwaarder dan het behoud van alle bomen.
- Het waterschap heeft toegezegd de lintstructuur van de bomen zoveel mogelijk te sparen door de muur op 8 meter van de rijbaan te plaatsen.
4. Besluit over de Vergunningsplicht
Een cruciaal punt in de uitspraak is dat de rechter het bezwaar over de strijdigheid met het bestemmingsplan (omgevingsplan) opzij schuift:
- De huidige procedure gaat over het projectplan en de goedkeuring daarvan.
- De specifieke toets of de muur "onevenredige afbreuk" doet aan de cultuurhistorische waarden, vindt pas plaats bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de grondwerkzaamheden. Die procedure volgt later nog, waarbij ook het advies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) definitief wordt getoetst.
Conclusie voor SBSR.nl: De Raad van State laat het projectplan in stand. De Afdeling is van oordeel dat de belangen van waterveiligheid en de toekomstige gebiedsontwikkeling zwaarder wegen dan de bezwaren van de stichting, mits de verdere uitwerking in de vergunningsfase zorgvuldig gebeurt.